

Uit het redactieadres Frans Halslaan 43 valt op te maken dat Wim Bonardt de redactie is.
De onderwerpen die in dit nummer aan de orde komen zijn:

De leiding bestaat uit vlnr Toon van Essen, Jan Haring (Akela) met naast hem Akela Venstra (ADC-W), Bep Dormits en Frieda Velthorst. In het Verenigingslokaal boven de school in de Scheldestraat komen ze zaterdag ’s morgens bijeen.
De Wichard van Gelregroep had, net als een aantal andere NPV-groepen groepshuis op Alteveer. Die concentratie van groepen in het noorden van Arnhem was op termijn niet gunstig voor het aantal leden. Dat liep langzaam terug en toen ook nog het terrein ontruimd moest worden om plaats te maken voor uitbreiding van het Burgers Dierenpark, werd door hen in 1967 besloten om samen te gaan met de Geuzen. Deze horde wordt, onder leiding van Akela Hans Kolkman en zijn vriendin Thea van der Brand, Margot Kraay en Geuzen verkenner Chris Schönthaler, deze 3e Geuzenhorde. Deze horde zaterdagsmiddags ook van de accommodatie boven de school in de Scheldestraat gebruik maken. Dit komt de groep goed van pas, want de ochtendhorde was overvol en er was een ledenstop.
De noodzaak werd steeds groter om een eigen groepshuis in Presikhaaf te realiseren.
Het Stichtingsbestuur stelt met behulp van ouders een bouwcommissie samen die bestaat uit: W. Brandt als voorzitter, J. Rozema, (de vader van Beeuwe), is secretaris/ penningmeester. Leden zijn W. Grootenboer (de vader van Gerjan en … ), H.L. Haalboom (de vader van Herman) en J.E. Meyer (de vader van Sjaak).
Het blijkt dat de NPG Padvindstersgroep De Lichtdraagsters ook graag een groepshuis bij Presikhaaf zouden willen hebben! Hoe het contact met hen tot stand is gekomen is niet meer te achterhalen.
Dankzij de volharding van de vaders Herman Mooy (op een foto van 1979 links) en Wouter Grootenboer (rechts)

kon op 17 februari 1973 “ ’t Voetspoor” in Presikhaaf ” door districtsvoorzitter dr. Gerrit Ruitenberg geopend worden. Hij had in 1960 de Gilwellcursus voor verkennersleiders in Ommen gevolgd, toevallig gelijk met groepsvoorzitter Tim Krooneman.
De leden van de bouwcommissie ontvingen deze schotel, doorsnede17,5 cm, ter herinnering aan hun inzet voor de realisatie van de gekoppelde groepshuizen.



De seniorverkenners zochten voor hun gekregen zeilkano naar een winterberging en dachten die gevonden te hebben in de oude Villa Heijenoord. Dat werd toch niks. De zeilkano kwam voor een ligplaats terecht in de Defensiehaven en bleef die winter in het water aan noordkant van de haven tegen het stalen remmingswerk. In 1964 is de verdedigingslinie waar deze haven onderdeel van uitmaakte, ontmanteld.
In het voorjaar van 1965 bleek de kano volgelopen en gezonken te zijn. Alleen het dek hing nog aan de landvasten…

Voor seniorverkenners is er geen specifiek spelaanbod, waardoor de leiding zelf naar aansprekende activiteiten moet zoeken. Inmiddels is hopman Klaas Hoekstra op zoek gegaan naar financiële middelen om een echte zeilboot te kunnen aanschaffen. Dat lukt dank zij een gift van het Burgerweeshuis e.a.. Er wordt een Lelievlet rechtstreeks bij de werf Beenakker in Kinderdijk gekocht en door de vader van Sjaak Meijer op een aanhanger gehaald. Zijn ligplaats wordt, dankzij de bemiddeling van
ouders de voormalige Defensiehaven aan de Klingelbeeksweg. Hij krijgt de naam “Jasper Leynsz” en wordt in 1966 door de oprichter van De Geuzen, Oubaas Stigter, te water gelaten. De kleuren van de oorspronkelijke Geuzen-groepsdas worden ook de kleuren van de vlet: de scheephuid blauw, die kleur was indertijd al aan het water toebedacht, en het dek en kuip grijs.
Begin 1966 krijgen de senioren, door bemiddeling van Sjaak Meijer’s vader en inspanningen van Klaas Hoekstra, de beschikking over een ruimte bij de haven in het niet meer in gebruik zijnde houten defensiegebouw (alleen het voorste deel rechts).
Ouders die bij de KEMA werkten, regelen dat Geuzen per auto de weg via het KEMA-terrein naar de Defensiehaven mogen gebruiken. Zij moeten zich eerst melden bij de bewaking van de hoofdingang aan de Utrechtseweg. In de afscheiding, tussen de parkeerplaats van het Elektrum en het terrein rond de defensiehaven, wordt een afsluitbaar hek geplaatst. Fietsers en voetgangers kunnen daar op het terrein komen.
In 1968 wordt de 2e lelievlet aangeschaft die de naam Jan Florisz krijgt.
Deze foto’s op het terrein naast de Defensiehaven zijn van 4 april 1969



Eenvoudige aanleg mogelijkheden in mei/juni 1974. De eerste twee foto’s zijn genomen na de te waterlating van de “Wouter Cieraadszn”. Peter Veenhuizen wrikt de vlet met aan boord de heren Cieraad en Wouter Grotenboer naar de wal. Bij het aanleggen is de sloep “Dirk Duivel” te zien. Die naam wordt in 1987 weer gebruikt voor de aangeschafte 6e lelievlet “Dirk Duivelszn”


1975 De haven kan ook deels droogvallen


1977 Opening zaterdagbijeenkomst 1980 Afsluiting van een zaterdagbijeenkomst


1987 Deze twee foto’s, van het klaarmaken van de sleep voor het zomerkamp in Terherne, laten de slechte stijgersituatie in de haven goed zien

’s Winters kan het waterpeil in de Rijn soms flink stijgen. De Geus is dan niet meer te bereiken

1995 Het vernieuwde Loodsenonderkomen “De Klepcaraven” wordt opgeleverd.
2006 Nog steeds zeer beperkte stijgerfaciliteiten in de haven.

Na de winter gaan op 10 april 2016 de boten weer het water in.


De aanleg stijger begin april 2016
Op 14 april 2016 wordt een nieuwe stijger aan de Westervoortsedijk afgeladen, te water gelaten en naar de Defensiehaven gesleept door “De Geus” en vastgelegd.


De oude loods wordt vervangen door een nieuwe met daglicht doorlatende dakelementen. De loods is zo ruim dat alle lelievlets binnen kunnen liggen waardoor het onderhoud beter én efficiënt verricht worden. En zijn de boten er uit, dan kan de ruimte voor ander doeleinden gebruikt worden.



2021
De Gemeente Arnhem maakt bekend dat in maart begonnen zal worden met het uitbaggeren van de de defensiehaven. Het werk, waarvan de kosten ca € 300,000,- zijn, zal 6 weken duren. Dit bericht zorgt er voor dat verschillende bladen daar aandacht aan besteden.
Door de komst van Lien Menkhorst, eind 1953, als assistent- welpenleidsters, zij woonde toen nog bij haar ouders, kwam de Airborne wandeltocht “in beeld”. Haar ouders woonden aan de Stroodorpweg in Oosterbeek. Lien maakte de andere leid(st)ers enthousiast om met hun speltak deel te nemen. Op de fiets kon je gemakkelijk bij haar ouderlijkhuis komen, waar voor de deur voldoende ruimte was om de fietsen “te stallen”. Vandaar was het maar een klein stukje lopen naar het startpunt in Hartenstein.
Zo kwam het dat de verkenners o.l.v. Vaandrig Jaap Duisterwinkel in 1954 voor het eerst met de Airborne wandeltocht meeliepen. Lien vooraan naast haar vriend Jaap Duisterwinkel.
Alle foto’s zijn ook opgenomen in dit album dat in een privé account bij Myalbum is opgeslagen
































17 x de Airborne wandeltocht gelopen


Het District Groot Arnhem omvatte naast Arnhem ook Oosterbeek, Velp, Rheden, Westervoort en Dieren. Onderstaand is het resultaat weergeven van een zoektocht naar het jaar van inschrijving en het groepsnummer van de groepen binnen het district.
Na de oprichting van Scouting Nederland in 1972, ontstaan o.a. fusies van voorheen NPV groepen met meisjesgroepen van NPG of NG waarbij de groepsnaam meestal veranderde.
Meerdere groepen zijn opgeheven wegens gebrek aan leden of doordat hun groepshuis afgebroken moest worden.
In 1967 werd de horde van de Wichard van Gelregoep opgenomen in De Geuzen. Zij werden de 3e horde de groep, die evenals de 2e horde hun opkomsten in Presikhaaf hielden. De 1e horde verbleef op “De Rotsblokken” aan de Diependaalseweg op Heijenoord.
Scouting Nederland heeft een werkgroep Scouts in de Oorlog. Die werkgroep is opzoek naar namen van scoutingleden – van welp tot….. die in de Tweede Wereldoorlog omgekomen zijn of in het verzet hebben gezeten of ….
Van het NPV district Arnhem zijn de volgende namen al in kaart gebracht:
De Zwervers: Gerard Cohen, Heinz en Eva Katzenstein,
De Veluwse Verkenners: Garrit Memelink, Bert Gorissen, Louis Hartman, Jo Onnekink, Herbert Kahan, Jan Hulleman, Raf Silberberg
Zijpse Trekkers: Bum Beekman, Bert en Hans Kuik, Hans Riemer, Frits Hupje, Henk Van Kuipers
Wichard van Gelre: Willy Cohen
Velpse Woudlopers: San van den Wall Bake, –
Lincolngroep: Tanno Pieterse
Zie ook: https://vrijheid.scouting.nl/scouting-in-de-oorlog/database-bestanden en dan bij zoeken de naam invullen. Mochten er nog meer namen bekend zijn, neem dan contact op met de werkgroep
Adri Saltzherr, lid van de werkgroep.
Door de integratie van de Wichard van Gelre groep en de Montgomerygroep in De Geuzen is, voor zover mogelijk, aan de hand van krantenknipsels ook hun historie achterhaald.
“Van de Wichard bestaat volgens mij geen geschreven geschiedschrijving (meer). ” Zoeken in krantenknippels brachten toch veel herinneringen naar boven.
werd beschreven in een Intentieverklaring en afgerond met een formele opheffing van de Montgomerygroep. Van deze groep was veel minder terug te vinden in kranten en tijdschriften, zoals “Weest Paraat” en “de Verkenner”, de twee huisorganen van de NPV uit de jaren voor 1973.

Bij het zoeken naar krantenartikelen met informatie over de Padvindersgroepen van de NPV In Arnhem, kwam allerlei iteressante informatie boven tafel. Vooral over de periode 1900 -2000. Dat leidde tot verrassende ontdekkingen. Één daarvan is de keten van groepen, “de voorouders”, waartoe de Geuzen behoort.
In Arnhem werd de eerste padvindersgroep in 1911 opgericht:
De Arnhemsche padverkenners.
In de Arnhemsche Courant van 20 maart stond een artikel waarvan hiernaast een deel is weergegeven. Opvallend daarin is de 6e alinea “Na in looppas de brug te zijn overgegaan, werd op den muilenzandweg langs Mariëndaal …etc “. Hier wordt zeer waarschijnlijk de Diependaal-sche weg mee aangeduid waaraan De Geuzen in 1952 hun troephuis “De Rotsblokken” openden.
De APV was ca 10 jaar de enige groep in Arnhem en omgeving. Binnen de NPV ontstond omstreeks 1920 een groep met de naam Velpsche Woudlopers. In het onderstaande bericht van april 1930 uit het blad “de Verkenner” lezen we dat verkennerstroep gesplitst is in Velpsche Woud-lopers en Veluwsche Verkenners (te Arnhem). De oorzaak was de toenemende belangstelling voor padvinderij waardoor te troep te groot werd voor het leidersteam


In 1933 zijn ook de Veluwsche Verkenners zo sterk gegroeid dat een deel afgesplitst wordt en onder de naam De Zwervers verder gaat. Hun hop-man is de uit Zeeland afkomstige, 26-jarige A.P.C. van Leeuwen, zo blijkt uit nader onderzoek. Waarschijnlijk was hij al hopman bij de Veluwsche verkenners en is hij bij de splitsing meegegaan met de Zwervers. Die functie vervult hij nog geen jaar. In mei 1934 staat in het blad Weest Paraat:
In januari 1934 neemt de Gemeente Arnhem een besluit over enkele bijgebouwen van kasteel Zypendaal: De Zwerver krijgen de beschikking over het Koetshuis. I
n februari 1938 viert de groep haar eerste lustrum, zo blijkt uit het onderstaande krantenartikel.

Als mr. A.Stigter in 1946 zich voorneemt om een padvindersgroep op te richten, meldt hij zich bij de dichtstbijzijnde groep (hij woont in de Izaäc Evertslaan), de Zwervers aan de Zypendaalseweg.
Bij de opening van het nieuwe groepshuis van de Veluwse Verken-ners in oktober 1946, kort na de Tweede Wereldoorlog, is hij als vertegenwoordiger van De Zwervers één van de sprekers.

.
De landelijke NPV-organisatie heeft dat jaar besloten dat een groep géén twee verkennerstroepen mag hebben. Dat besluit is er mede oorzaak van dat de Zwervers II, waarvan Stigter de hopman is, de naam “De Geuzen” aannemen. Jaap Duisterwinkel is dan nog lid van de Zwervers en schrijft op Sint Jorisdag 1951 het onderstaande in zijn logboek.

Na onderzoek in enkele on-line archieven blijkt hopman A.C.M. van Leeuwen de vader te zijn van 4 jongens: Koje, Robert, Ewout en Wolfert van Leeuwen, die sinds 1946 allen lid van De Geuzen werden! Wolfert was de laatste van hen die De Geuzen verliet. Dat was omstreeks 1958/59.

Vanaf het moment dat de groepsnaam “De Geuzen” werd, oktober 1946, droegen de leden deze blauw/grijze das. Dat eindigde toen op 12 juli 1952 het troephuis “De Rotsblokken” in gebruik werd genomen.
De weinige foto’s waarop te zien is dat groepsleden deze das dragen, zijn in dit document verzameld.









Op 17 maart 1948 wordt “Stichting De Geuzen” opgericht door de ouders E.O. Haufe, H.C. Boomsma en groepsleider mr. A. Stigter. De Scouting-activiteiten vinden zoveel mogelijk buiten plaats, maar een onderkomen is noodzakelijk. In 1949 besluit de oudercommissie tot de bouw van een eigen troephuis. Het was de heer W.F. Bonardt, vader van verkenner Wim, die op verzoek van het stichtingsbestuur de plannen wilde maken.
Stichting Het Geldersch Landschap stelt in 1949 in het gebied de Rotsblokken een terrein “om niets” voor 50 jaar ter beschikking. Het ligt tussen de spoorbaan Arnhem – Utrecht en de Diependalseweg in het landgoed Mariëndaal.

Op een zolder, ergens in de Weerdjesstraat, wordt een timmerwerkplaats ingericht waar vaders in de avond-uren, na hun dagelijkse werk, kozijnen, ramen, deuren en kisten kunnen maken.
In die jaren was er een 45-urige werkweek. Dat betekende dat men alleen zater-dag ’s middags op het terrein aan de Diependalseweg werkzaamheden kon verrichten
Het gebouw dat de heer Bonardt ontwierp had enkel-steens muren
Die stenen die daarvoor nodig waren moesten op de puinopslagplaats aan Westervoortse-dijk uitgezocht, gesorteerd en opgetast worden.
In december 1949 werd begonnen met het uitzetten van het gebouwtje. Voor dit uitzetten moest een bultje grond verzet worden.
De opgetaste stenen moesten met een handkar vanaf de Westervoortsedijk naar het bouwterrein op Heijenoord vervoerd worden. Daar moesten eerst de oude cementresten door vaders en verkenners afgebikt worden voordat de stenen gebruikt konden worden. Geen aantrekkelijk werk!!
Dhr. Bonardt hield af en toe een bouwlogboek bij. Een transscriptie van de eerste pagina is hieronder weergegeven.
| Zo. 4 sept 1949 Oude deuren, -ramen en -kozijnen opmeten
Ma. 5 sept 1949 Vergadering oudercommissie o.a. besloten met de bouw een aanvang te nemen. Za. 10 sept 1949 Aanwezig: HH Stigter, Dijkhuizen, Haufe, Belderok en Bonardt. Zolder opgeruimd, aangevoerd hout en draadnagels geborgen. Een deel van de cement boven gebracht en een werkbank gemaakt. Verkenners brachten slijpsteen en voerden de zakken vuil weg. Vr. 11 nov 1949 Aanwezig: HH Stigter, van Essen, Kolthof en Bonardt. De coullise voor de feestavond op 12 Nov.’49 kwam gereed. Doordat enige menschen vroeg naar huis wilden en meer aandacht voor de komende feestavond was, werd besloten half tien te eindigen. ![]() Za. 10 dec 1949 Aanwezig; HH Belde-rok, van Essen, Boomsma, Kuyvehoven, terwijl later kwamen de heren Dijkhuizen en Stigter en 4 patrouilleleiders. Aanvang gemaakt met het uitzetten van het gebouwtje. Voor dit uitzet-ten een bultje grond verzet.
Vr. 6 jan. 1950 Aanwezig HH Stigter, Krooneman, van Essen en Bonardt. Voort gegaan met het maken van de raamkozijnen voor de vleugels. Za. 11 feb 1950 Bouwplaats Aanwezig HH Boomsma, Belderok, Bonardt, vaandrig van Gils en verkenners. Voort gegaan met de ontgraving van de fundatie. Waterleiding geul op diepte ontgraven en de ……voor watermeterput aangebracht. ![]() Puin opslagplaats Westervoortsedijk: Aanwezig HH Stigter, Haufe, Dijkhuisen en enige verkenners: voort gegaan met het zoeken, sorteren en optassen van hele stenen. Wo. 15 feb 1950 Waterleiding wordt gelegd. Za. 25 feb 1950 Bouwplaats Aanwezig Hr Bonardt met slechts 1 à 1,5 uur 5 verkenners. Begonnen met het bikken van de, in de afgelopen week, aangevoerde stenen. Puin opslagplaats Westervoortsdijk, Voort gegaan met het zoeken en optassen van steen. Aanwezig waren HH Stigter, Dijkhuisen en verder (de) troep. ![]() Op bovenstaande foto is een deel van een één-steens buitenmuur te zien. Geen fraai metselwerk. Daarom is het begrijpelijk dat de buitenmuren met een cementlaag bedekt zijn, waarin met takkenbossen een ruw profiel is aangebracht. ![]() Za. 13 mei 1950 Voortgegaan met stenenbikken waarvoor de jongens zich bitter weinig inspanden en de vaandrig een slecht voorbeeld toonde. Za. 7 okt 1950 Aanwezig HH: Stigter, Krooneman, Cornelese en Bonardt. Eén patrouille werkte mede. De betonnen ring voor de gierput werd achter het gebouwtje gerold en gedeeltelijk ingegraven Wo. 21 feb 1951 De lambrisering in het welpenlokaal kwam nagenoeg gereed. Voort gegaan met het schouwtje
|



De foto’s zijn gemaakt door Ton Stigter.
Omdat het animo van de vaders, om het dak zelf aan te brengen, erg gering was (het aantal ouders dat aan de feitelijke bouw meewerkte was te gering), heeft een aannemer die klus geklaard. Daardoor kon voor de beoogde openingsdatum dit werk afgesloten worden.
Zowel in het welpen- als verkennerslokaal was een schouw aangebracht. Bij het stoken van een houtvuur bleek helaas dat de lokalen zich niet met warmte maar met rook vulden !
Na een periode van 2,5 jaar jaar kon het nieuwe groepsonderkomen van De Geuzen, de “Rotsblokken” officieel geopend worden. Alle leden hadden zich daarvoor eerst verzameld op de Heijenoordseweg ter hoogte van de villa Heijenoord.
Omdat de groepsdas (half blauw, half grijs) snel verschoot straalde deze geen eenheid uit. Daarom kregen alle groepsleden eerst een nieuwe, geweven groepsdas “Hay and Leith” omgehangen, voordat zij achter de Veluweband naar “De Rotsblokken” marcheerden.

Een feestelijk begin van deze belangrijke dag voor de groep: een eigen onderkomen aan de rand van het landgoed MarIëndaal.

Na de horderoep en het lezen van de padvinderswet, hesen Pim Cornelese en Tim Krooneman de Nederlandse vlag.

Hopman Stigter bedankt de vaders die langdurig heel veel werk verzet hebben om dit troephuis te realiseren. Daarvoor is “een orde van de bedelpenning” ingesteld. Pim Cornelese maakte het ontwerp. Helaas is de in messing gegoten penning nog niet klaar. Daarom krijgen de heren E.O. Haufe, L.P. Krooneman, A. van Essen en C.W.J. de Heer, tijdelijk een kopie van de ontwerptekening. Stigter reikt aan de heer Bonardt het dankbaarheidinsigne van de Nationale Padvindersraad uit.


Op de foto ontvangt Dhr L.P. Krooneman het kaartje met het ontwerp van de Geuzenbedelnap. De onderstaande definitieve gegoten uitvoering werd hem enige tijd later overhandigd. 
Districtscommissaris Dr. van Griethuysen opent het troephuis. ADC-Verkenners ten Broeke, hij bezoekt de troep in deze jaren regelmatig, is ook aanwezig, hij bezoekt de troep in deze jaren regelmatig.
Oûbaas Stigter schrijft in een extra editie van de Geus ter gelegenheid van de opening “Ik ben er zeker van dat onze groep, nu zij een eigen, en naar ik geloof, goed bruikbaar huis heeft, een goede toekomst tegemoet gaat.”
In het welpenlokaal (een ontwerp van vader Krooneman) had ieder nest zijn eigen “hol”. De toegang bestond uit een lap tentdoek, geverft in de kleur van het nestdriehoekje en daarop de wolvenkop van het installatieteken geschilderd.
Het geheel ziet er leuk uit, maar bleek niet zo praktisch in het geval het buiten te nat of te koud was. Er was binnen te weinig speelruimte.