Categorie: Welpen

November 2023. Na ruim 75 jaar spraken we elkaar weer!

Lang geleden….

Het is 16 april 1949 als ik voor het eerst bij De Geuzen kom om eens te kijken bij de welpen. De horde kwam bijeen in een kelderruimte van het gebombardeerde Diaconessen Ziekenhuis boven aan de Lawick van Pabststraat.

Ik mocht die middag meedoen en Raksha Schortinghuis deelde mij in bij het bruine nest. De gids daarvan was Frits Berends. Hij zal toen 10 jaar oud zijn geweest. Wij woonden bij elkaar in de buurt op de Hoogkamp

Het bruin nestdriehoekje kreeg ik bij mijn installatie op 14 mei opgespeld. Frits heeft me bij hem thuis geholpen om de vaardigheden voor de eerste ster (=één oog open) onder de knie te krijgen. Nadat hij naar de verkenners ging zagen we elkaar niet meer en verliet hij De Geuzen

Omstreeks 1960 heb ik het nestdriehoekje zelf op mijn kampvuurmantel genaaid.

 

Waar zou Frits gebleven zijn? Een jaar of 10 geleden zocht ik eens op internet en vond ik zijn naam over en artikel van het Lorenzmonument in Sonsbeek en mailde hem deze foto. “Mag ik die gebruiken bij mijn lezingen” antwoorde hij.

Eind oktober 2023 mailde hij: “Gisteren kwam ik na jaren de interessante correspondentie met jou tegen. Werkt dit email adres nog?”

Medio november belde hij. Na ruim 70 jaar spraken we bijna een uur met elkaar!

Ippecaquama 3 juni 1950

IPPECAQUANA (bericht uit Weest Paraat 1950 nr 5)

Voor de eerste maal zullen op 3 Juni 1950 alle welpen van Nederland (zowel NPV als VKJB) meedoen aan eenzelfde jacht.

Door de Nationale Welpenjacht ter ere van ons 40-jarig bestaan te spelen in het eigen district, wordt de mogelijkheid geschapen, dat werkelijk alle Nederlandse welpen mee kunnen doen

en het is verheugend, dat de jacht samen gejaagd zal worden door welpen van de V.K.J.B. en N.P.V.

In alle districten heerst grote activiteit en is er een prettig samenwerken tussen Oude Wolven en hun A.D.C.-Welpen om alle materiaal voor de 3 juni Jacht klaar te maken. Poeliers en kippenboeren zullen nog nooit zoveel verzoeken hebben ontvangen om veren als in deze Meimaand, waarin elke Nederlandse horde materiaal aan het maken is om zo goed mogelijk bij de Indianenschouw op 3 Juni voor de dag te komen. U zult ontdekken, hoe leuk het is om tooien, tomtoms, pijlenkokers, schilden, pijlen en Indianenpakken te maken van vrijwel waardeloos materiaal.

Ook moeten natuurlijk de liedjes van tevoren worden doorgenomen. Bij het ter perse gaan van dit nummer van Weest Paraat zijn nog niet van alle horden totemleren ontvangen. Geen totemleer ingestuurd, betekent geen totemleer ontvangen op 3 Juni!

Foto’s van de jacht „Ippecaquana”. 15 Nederlandse welpenleid(st)ers zullen namens de Nationale Padvindersraad Nederland vertegenwoordigen op de Internationale. Welpenleid(st)ersconferentie, die van 31 Juli tot 5 Augustus te Edinburgh gehouden wordt. De Nederlandse delegatie zal graag tentoonstellingsmateriaal (originele transportabele handenarbeid, welpenlogboeken en foto’s) meenemen.

Over de Nationale Jacht „Ippecaquana” zal een logboek worden samengesteld, met foto’s van de verschillende districtsjachten, eventueel krantenverslagen.

Evenals voor de welpen van de B.E.-horden, die in ziekenhuizen en sanatoria of thuis liggen, is er een mogelijkheid voor die welpen van Uw horde, die al enige tijd ziek liggen, om met „Ippecaquana” mee te doen. Deze aanvrage moet vóór 20 Mei geschieden bij Akela Lind, Zeestraat 76, Den Haag. Het is wel de bedoeling, dat een Oude Wolf dit spel op 3 Juni met de zieke welp speelt en het bijbehorend verhaal vertelt.

 

 

 

1967 – 1976 Zomerkamp foto’s horde Heyenoord

Bij het afscheid van Akela Bep Dormits – Menco, op 27 november 1976,

kreeg zij een album aangeboden met beschreven herinneringen en foto’s over de 25 jaar die zij bij Scouting in Eibergen, Deventer en sinds 1967 bij De Geuzen als leidster zeer actief was.

Van de door haar geleide Geuzen horde-zomerkampen en enkele andere activiteiten zijn de foto’s in dit bericht bijeengebracht

Zomerkamp 1967 te Zeist

Links Huib de Heer, midden achter Sjaak Meyer.

Zomerkamp 1968 te Apeldoorn

      

Dit liet Bep graag aan anderen over
Bep in haar element
Jaap Duisterwinkel, met gitaar, zingt bij het kampvuur met alle aanwezigen

 

Reuk Kimspel. rechts Elkan Dormits
Toon van Essen, met baret, rent mee!

Zomerkamp 1970 te Zeist

Nienke de Heer-Jong en Bep Dormits-Menco

Zomerkamp 1971 te Otterlo

Helaas, bij dit kamp moesten De Geuzen het zonder Bep doen, maar één dagje bezoek lukte toch wel!
Dank zij de hulp van ouders bezochten de welpen op een dag het land- en zeeverkennerskamp in Zwartsluis

Zomerkamp 1973 Vorden

 

 

 

Zomerkamp 1974 te Doorn

Een kamp zonder totem gaat niet! Dus wie ging vóór de opening nog “even” heen en weer naar Arnhem?

Hans Kappert zit er bij.
Ook Henny Vleeming is er ook bij gaan zitten
Akela Bep Dormits is er bij gaan liggen
vlnr Elkan en Bep Dormits, ?. ?, Hans v.d. Ham en Hans Kappert

 

Zomerkamp 1975 te Lochem

rechts achter: Fred Vleeming als ass. leider
Hans Kappert (links) volgt de vlag omhoog

Wie weet de namen van de twee leidsters naast de vlaggenmast?

 

Zomerkamp 1976 Maarsbegen

Bep als conducteur

Twee personen werden verblijd met de Ridderorde van de Groene Kousenband !

Bep Dormits en Hans Kappert 

Wie staat geheel links?

 

Instaleren, instaleren en nog eens instaleren.

Hoe vaak zou Bep dat wel gedaan hebben?

1952 Arnhemse Verkenner het beste in het land in actie „Heitje voor een Karweitje”

Arnhemse Verkenner het beste in het land

in actie „Heitje voor Karweitje”

3 juni 1952 Nijmeegs Dagblad

De Maarten van Rossum-padvindersgroep te Arnhem, viel Zaterdagmiddag een grote eer te beurt, toen de hoofdcommissaris van de N.P.V., mr. J. M. Ravesloot een van haar jeugdige verkenners wegens zijn bijzondere verdiensten voor de troep huldigde.

Het betrof hier de twaalfjarige Frans van Stalborch uit de Rijnstraat, die de beste individuele prestatie van alle Nederlandse padvinders heeft geleverd tijdens de actie „Een heitje voor een karweitje”. Frans van Stalborch verrichtte niet alleen de meest gevarieerde werkzaamheden, maar „verdiende” voorts in één enkele week een totaalbedrag van ƒ 72,70.

De korte huldigingsplechtigheid vond plaats in het troephuis aan de Beekhuizenseweg te Velp. De Maarten van Rossumgroep stond rond de vlaggenmast opgesteld, toen de H.C. door de districtscommissaris, dr B. G. van Griethuysen werd welkom geheten. Deze vond het voor de troep een hele eer, dat de H.C. persoonlijk aanwezig heeft willen zijn.

Mr. Ravesloot zeide steeds goede berichten over de Maarten van Rossumgroep te vernemen. Het gedegen werk van de groep is meermalen op de voorgrond getreden. Het verheugde

spreker dan ook bijzonder, een van de jeugdige verkenners uit deze groep te kunnen huldigen voor een prestatie, die het nodige respect afdwingt. Ook de groep zelf heeft zich inde actie uitstekend gehouden. De hoofdcommissaris wees nog eens op het belang van de naleving van de padvinderswet. Het is niet zo eenvoudig om deze tot uitvoering te brengen. Toch mogen we nooit vergeten om datgene wat er in verankerd ligt na te komen, aldus mr. Ravesloot. Onze grote plicht om anderen steeds behulpzaam te zijn, mogen geen enkele omstandigheid verzaken. Daarmede staat hij verreweg aan de spits.

De hoofdcommissaris riep Frans van Stalborch naar voren te komen en overhandigde hem een fraaie shelter als geschenk, alsmede een bewijs voor een vliegtocht vanaf Soesterberg. Uit het lijvige rapport van verdiensten van deze Arnhemse verkenner bleek, dat hij nabij het Arnhemse station werkzaam geweest is. o.m. vele reizigers met hun koffers geholpen.

De leider van de verkenners, hopman Folmer, bood de hoofdcommissaris een bus echte Arnhemse meisjes aan als bewijs van waardering van diens bezoek. Met een drieweg hoera op het welzijn van de H.C. werd de plechtigheid besloten.


Frans van Stalborch kwam toevallig met De Geuzen in contact doordat hij in september 1957 naar de Uitgebreid Technische School (Spijkerstraat hoek Schoolstraat) ging. De school was in 1956 gestart. In 1957 werden veel jongens toegelaten waardoor er parallelklassen gevormd werden.

Frans kwam in E(lectro)1A. In E1B zaten o.a. Carol van den Hoorn en Tim Krooneman. In het voorjaar van 1958 ging Tim met zijn patrouille de Houtduiven naar de Districtswed-strijden. Daar trof hij ook Frans, PL van de Veluwse Verkenners en klasgenoot Carol, PL van de Arnhemse Padverkenners!

Doordat zowel De Geuzen welpenhorde als de verkennerstroep dat jaar een tekort aan leiding hadden, vroeg Tim aan Frans of hij misschien in beide zomerkampen kon assisteren. Dat wilde hij wel doen!

vlnr: Harm Dekker (in hemd), Han Scheffers, Frits Hiddink, Hans de Jong, Steven Scheffers, Kees van Rijn, Pieter van Rijn, Roel Dekker achter Harm vlnr.: Tonny Boshuizen, Hans Siebelink, Leo van der Heu, Wolfert van Leeuwen, Rob Hankel, Tonny Markus. achterste rij: Frans van Stalborch, Hans Reymes, Jan Stigter, Toon van Essen, Hans Niemantsverdriet, Tim Krooneman.

1958 Zomerkamp te Ugchelen. Welpenhorde De Geuzen

Staande rij vlnr: Carl Visscher, ?, Gerda Addink, Sytze Tuininga, Frans van Stalborch, Henk Bongers, Johan Markus, Willem de Heer, Jos Bokkelkamp, Lien Damhaar, ?,Onno Dekker,?, Lien Duisterwinkel-Menkhorst, ?,?.

Voorste rij vlnr: Carl Jibben,?,Jaap Purmer, ?,?, Steven Scheffers, ?,?, Han te Selle, Kees Purmer, Chris Schönthaler, ?


Max Nathans herinnerde zich dit over “Heitje voor een Karweitje.

Hij en zijn broers  wonen in Israel

In de jaren omstreeks 1950 was er een nationaal padvinders project in Nederland met de naam “Heitje voor een karweitje” (een heitje was oorspronkelijk een Bargoense woord. Het is een verkorting van heitbas (‘vijf stuivers’) Een heitje was dus 25 cent en werd meestal aangeduid als “een kwartje” (een kwart gulden)

Tijdens de Paasvakanties trokken de welpen, de verkenners, voortrekkers, leiders en leidsters en zelfs commissarissen er één dag op uit om KARWEITJES voor een HEITJE te verrichten

De bedoeling daarvan was om wat extra’s te kunnen doen (behalve elke dag de goede daad) door geld te verdienen voor je groep. Aangezien er veel padvinders waren die allemaal klusjes wilden doen, moest je wat origineels bedenken.

Ik had dit idee : dat bleek een goede bron van inkomsten te zijn.

Mijn broers Alex en Bram en ik (alle drie Geuzen) gingen op Zaterdag naar de fietsen-stalling op het Velperplein bij Vroom en Dreesman (foto ca. 1960, V&D links met 5 ramen)

Met behulp van een busje witte verf en een kwastje schilderden we de onderste 30 cm van het achterspatbord van de fiets weer keurig wit en pasten ook op de fietsen terwijl de mensen aan het winkelen waren.

Het witte spatbord verdween door het succes van de fietsreflector. De overheid schaft het witte spatbord voor fietsers per 1 januari 1995 af. Het is niet meer nodig, vindt minister Maij-Weggen, om naast een achterreflector ook een dertig centimeter lang “wit staartje” op de fiets te hebben

 

 

 

 

1957 Op zoek naar de namen van deze welpen

1. Akela Lien Menkhorst, 2. Bagheera Maaike Nooijen, 3. Baloe Pim te Wechel, 4. Kees van Rijn, 5?, 6?, 7. Wolfert van Leeuwen, 8?, 9?, 10. Jan Stigter, 11. Roel Meesters, 12?, 13?, 14?, 15. Hans Niemantsverdriet, 16?, 17?, 18?, 19. Herman Waller20?, 21?, 22?, 23?, 24 Rob Fluit, 25?, 26. Gerben Venema, 27. Carl Visscher, 28. Chris Schönthaler, 29?, 30?, 31 Willem de Heer, 32 Sietze Tuininga, 33?.

2021 Zomerkamp Welpen Beundersveld te Beckum

Dinsdag 27 juli

Na een voor veel welpen korte nacht begon de dag alweer vroeg met de ochtenddisco van de bevers, waar veel welpen zich bij aansloten.

Finn met een rups

Om acht uur zaten we aan het ontbijt. Het was feest, want Hidde was jarig!

 

Daarna begonnen we aan de Welpolympische Spelen met op het programma speerwerpen, badminton, touwtrekken, en elastiekrennen. Na een beker limonade deden we tot de lunch levend jeu-de-boule.

 

 

’s Middags na een late lunch deden we wat rustiger aan en kon je kiezen tussen een aantal rustige activiteiten, groente snijden voor in de soep met Akela, armbanden knopen met Kaa, of spelletjes doen, Donald Ducks lezen, of tekenen. Het was zo stil, dat we een welp die de nacht ervoor nog over het terrein rende, slapend aantroffen in zijn tent.

De langste fruithagel!

Dit was het laatste avondmaal voor de bevers, dus aten we friet met een frikandel.

Winnaars!

Bij het kampvuur werd het volgende verdiende onderdeel van de Vikingboot gepresenteerd: het boegbeeld!

                                                                                      Willem (boven) met Tux

Woensdag 27 juli

Vandaag begonnen we de dag met een tocht te lopen naar het zwembad in Delden, waar we de hele ochtend mee bezig waren. Dat ging niet vanzelf, de route was voor een deel in runen-geheimschrift en bestond voor een ander deel uit Vikingpoppetjes die bij elk kruispunt de weg wezen. Onderweg heeft Trevor een kwartje uit 1942 gevonden op straat!

     Zo gaat ie goed, zo gaat ie beter!

In het zwembad had iedereen het zo leuk, dat de leiding geen tijd had om foto’s te maken. Terug van het zwembad was iedereen moe, en ging rustig lezen of spelletjes doen, of met Kaa en bever Manon verder armbanden knopen.

De oudste welpen mochten mee helpen koken, we aten wraps.

Na een vuur was het tijd om te gaan slapen.

 

 

 

2021 Zomerkamp Welpen Beundersveld in Beckum

De welpen gaan dit jaar in juli op kamp naar Beckum (naast Hengelo) op scoutingkampeer-terrein Beundersveld. Het thema is vikingen.

De bevers en de welpen delen het kampterrein, de welpen zijn er van maandag tot en met vrijdag en de bevers van maandag tot en met woensdag.


Zaterdag 24 juli

Vandaag is de leiding aangekomen op het Beundersveld. Ook is er al begonnen met het opbouwen van de tenten en stond er na een retourtje Arnhem ook de partytent. Hier zal het hele kamp in worden gekookt.

opzetten van partytent

(vlnr: Sander, Emmy)Partytent binnenkant

(vlnr: Emmy, Lilian)

Ook heeft alle leiding zijn eigen tent opgezet. Alle leiding slaapt dit jaar apart van elkaar in verband met het coronavirus.Veldje met leiding tenten


Zondag 25 juli

Vandaag is er verder gegaan met opbouwen, de vendeltent, het helikopternet en de bever tipitent zijn allemaal opgezet. Ook is er een geiser van thuis aangesloten zodat er ook warm gedoucht kan worden. Ook is er verlichting opgehangen in de kooktent zodat er tot diep in de nacht kan worden afgewassen.

Verder was het aan het einde van de dag vrij regenachtig. En is onze materiaaltent ondergelopen.

verlichting wordt in de keukentent geinstalleerd
Verlichting in de partytent (Boven: Niels, Onder: Lilian)
regen op de heide in de avond
Regen in de avond op de heide
avond kaasblokjes
Kaasblokjes en olijven in de ondergelopen tent (vlnr: Hanna, Manon, Emmy)
lichtgevende tenten
Tenten in de nacht

Maandag 26 juli

Maandag ging vroeg de wekker af voor alle leiding. De bevers kwamen al om 10.00 uur en de welpen tussen 10.30 en 13.00 uur in tijdslots.

Alle leiding is dit jaar verkleed in viking thema!

Emmy verkleed als viking
(Emmy)
Hanna verkleed als viking
(Hanna)
Lilian verkleed als viking
(Lilian)
Manon verkleed als viking
(Manon)
Emiel verkleed als viking
(Emiel) 

De dag begon met een lekker lunchbuffet en is er geopend. Erna hebben wij na een rondleiding van Hathi gekregen over het hele terrein. Na deze rondleiding is er een postenspel gespeeld.

Openen
Openen (Welpen)
Rondleiding van Hathi
Rondleiding (welpen)
Avondeten
Avondeten (Sander, Hanna)
Welpen ondersteboven
Welpen tijdens het vrij spelen (Welpen)

 

 

1946-1960 Sint Jorisdag 23 april

Tijdens mijn Scoutingtijd (1949-1978) bij De Geuzen

werd op 23 april de jaarlijkse Sint Jorisbijeenkomsten gehouden.

Dat hield aanvankelijk in dat je ’s morgens om 7.00 uur in correct uniform, de eerste jaren was dat dus met korte broek, aanwezig moest zijn op het Ronde Weitje aan de voet van de Belvedère in Sonsbeek. Daar kwamen de welpen en verkenners van de meeste groepen van het district Arnhem van de NPV bijeen. Na het hijsen van de Nederlandse vlag en de horderoep gaf de districtscommissaris uitleg

over de betekenis van St. Joris. Tenslotte kregen alle aanwezigen een rode tulp, als symbool van het bloed van de draak die St. Joris verslagen had. Die dag liep je in uniform en zo ging je ook naar school.

’s Avonds kwamen De Geuzen op De Rotsblokken weer bijeen rond het kampvuur. Daar werd gezongen, de legende van Sint-Joris werd verteld afgesloten met het vernieuwen van de welpen- en de verkennersbelofte.

Na de fusie van de 4 Scouting verenigingen in 1972, kwamen de jongensgroepen niet meer in Sonsbeek bijeen. Enkele keren kwam men nog bijeen op de Grote markt. Scouting Nederland probeerde één nieuwe vorm te vinden als vervanger voor van Sint Jorisdag (23 april) en Baden Powelldag (22 februari). Scoutingdag werd dat genoemd.

Op zoek naar meer informatie over Sint Jorisdag kwam ik deze uitgave van het blad De Verkenner tegen. Toevallig een uitgave van het jaar dat De Geuzen opgericht werden: 1946.

De tekst onder de foto op het voorblad luidt:

Zo, in het diepste geheim, hernieuwden wij in de oorlog op elke St. Jorisdag onze Belofte. Dit jaar vieren wij, Nederlandse Padvinders, weer voor ’t eerst in vrijheid de dag van onzen schutspatroon.

De inhoud van dit nummer van de verkenner kun je hier inzien

In de Arnhemsche Courant werd jaarlijks aan Sint Jorisdag aandacht geschonken

1946

1953

Het is vandaag St. Jorisdag, en dus wemelde het vanmorgen in Arnhem van voortrekkers, verkenners en welpen, die zich opmaakten om deze dag te gaan gedenken, om hun belofte bij de installatie afgelegd te gaan hernieuwen. Om zeven uur verzamelden zich de padvinders van „De Nederlandsche Padvinders” op de Grote Markt rond de vlaggemast. De Veluweband was opgemarcheerd met tromgeroffel en trompetgeschal tot vlak bij de mast, waar de twee vlaggen — het rood-wit-blauw en de witte vlag met het grote rode kruis — klaar lagen om gehesen te worden. In carré hadden de padvinders zich opgesteld om te luisteren naar de districtscommissaris, dr. B. G. van Griethuijsen, en naar ADC-W R. Giethoorn. Deze laatste wees op het belang van de padvlnders-belofte en sprak de hoop uit, dat ook het komend jaar een goed padvindersjaar zou worden.

Inmiddels verlieten de Katholieke Verkenners de St. Martlnuskerk, waarom zes uur vanmorgen een dienst wasgehouden. De districtsaalmoezenier, pastoor Schinkel, had een korte preek gehouden. Daarna trok de stoet — de Arnhem-band voorop — naar het voorplein van MusisSacrum. Ook de Katholieke padvinders stelden zich in carré op voor de vlaggenparade. Commissaris J. B. Max stak dé jongens een hart onder de riem met het oog op het komende jaar. Een traditionele plechtigheid gelegenheid van deze dag een rode tulp, de St. Jorisbloem.

De traditionele plechtigheid geschiedde in alle vroegte, toen Arnhems straten nog verstoken waren van het vele, drukke verkeer. De lentezon verleende rijkelijk medewerking aan dit plechtige padvindersfeest. Moge vanavond de maan breed aan de hemel staan als bij de verschillende troephuizen de kampvuren oplaaien, alles ter ere van St. Joris, het lichtend voorbeeld voor alles wat ooit de padvindersbelofte afgelegd heeft.

1954

 

 

1955

1956

 St. Joris

Het is vandaag alweer een indrukwekkend aantal eeuwen geleden dat Sint Joris de draak versloeg. Draken zijn nu eenmaal oud (en taai). De padvinders zullen het echter nooit vergeten. Deze strijdbare heilige, St. Joris, is hun held en het symbool van hun streven. Vanmorgen waren ze er vroeg voor opgestaan en om zeven uur was het appèl op het Ronde weitje in Sonsbeek waar de vlaggen plechtig in top gingen en de viering van St. Jorisdag begon. De foto geeft een indruk van deze vroege plechtigheid.

 

St. Joris in Arnhem

Volgens de traditie vieren de Arnhemse padvinders op 23 april a.s. Sint Joris-dag, samen met hun broederspadvinder over de gehele wereld. Sint Joris is voor de padvinders n.l. het ideaal: de ridder, die er op uit trok om de draak te bevechten. Op St. Jorisdag hernieuwen de padvinders over de gehele wereld aan hun kampvuren de belofte die zij vroeger aflegden. En hierdoor is deze dag bij uitstek de gebeurtenis, waarbij de nadruk wordt gelegd op de wereldbroederschap. Als voorbereiding op deze dag wordt zondagavond 22 april in de Koepelkerk te Arnhem een Padvindersaandacht gehouden, o.l.v. ds. W. F. Jense, Evangelisch Luthers predikant te Apeldoorn. Deze Aandacht, die om 19.00 uur aanvangt, is bedoeld voor alle welpen, verken-ners en voortrekkers, alsmede voor de leden van het Nederlands Padvindsters Gilde. Ook belangstellende zijn hartelijk wel-kom.

De viering van St. Jorisdag wordt op 23 april ingezet met een vlaggenparade, welke plaats vindt op het Ronde Weitje. Des morgens om 7 uur komen welpen, verkenners en voortrekkers met hun leiders daar bijeen om tezamen de vlaggen te hijsen. De traditionele rode tulp wordt hier uitgereikt. Gedurende de verdere dag zal door alle padvinders het uniform worden gedragen. Des avonds houden alle groepen hun kampvuur, waarbij de belofte wordt hernieuwd.

 1960

Padvinders vierden Sint Jorisdag

Meer dan duizend padvinders: voortrekkers, verkenners en welpen, de Arnhem-Band van de Veluwe-verkenners, verkenners van de N.P.V. en de V.K.J.B. stonden vanmorgen ruim zeven uur op de Grote Markt in de gure wind aangetreden voor de jaarlijkse Sint Joris-viering en voor de viering van het gouden jubileum van de padvindersbeweging in Nederland. Ze waren vanmorgen al vroeg uit de veren; de katholieke verkenners hadden tevoren de Heilige Mis in de Sint Walburgkerk bijge-woond. De Arnhem-Band trommelde in de koude morgen de langslapers wakker. Aangezien de K.R.O. de korte plechtigheid op het marktplein uitzond, was alles getimed, gingen prompt kwart over zeven de vlaggen in top en werd de verkennerswet gelezen.

De districtscommissaris van de VKJB, de heer J. B. Max, hield een korte toespraak, waarin hij op kernachtige wijze zei dat oudere mensen zich veel met de jeugd bezighouden. Het is zo belangrijk dat jullie het spel spelen. De ouderen vragen zich af: is dit spel er nog wel? Hier is het antwoord. Dit spel moet je spelen met je gehele hart en daarom moet een beroep worden gedaan op leiders en leidsters die dit spel enthousiast willen spelen. De heer Max liet Tom Bouws, die de jeugduitzendingen van de KRO verzorgt, naar voren komen en overhandigde hem voor het front van de padvindersgroepen de zilveren Jacobs-staf wegens zijn grote verdiensten voor de padvinderij in ons land. Twee zeeverkenners van de Miguel Pro-groep uit Arnhem offreerden de gehuldigde bloemen. De Sint-Joristulp werd uitgereikt; de bloemen die over waren gaan naar zieke padvinders en naar allen die gaarne op deze dag een geschenk van de natuur wensen.

Districtscommissaris ir. F. F. Venstra van de NPV sprak een kort slotwoord, de Sint Jorisboodschap voorlezend. In 1910 werden de eerste Nederlandse verkenners geïnstalleerd. En daarom staan vanmorgen 80.000 Nederlandse padvinders tegelijktijdig onder de vlaggen geschaard om de Sint Jorisdag én ons jubileumjaar te openen. Zij wensen ons een plezierig ju-bileum toe, maar verbinden daaraan de wens dat wij ons dit jaar allen van onze beste zijde zullen laten zien. Houdt de padvinderswet in ere en probeer te doen wat we bij onze installatie en de belofte hebben toegezegd. Laten we vooral een echte pad vinder zijn en laten we doen wat beloofd is. Als vanavond het kampvuur is gedoofd, laat dan niet de padvinders-geest doven, zei ir. Venstra.

Districtscommissaris Max sprak er ten slotte zijn blijdschap over uit dat de katholieke verkenners thans 35 jaar in de Nederlandse padvinderij meespelen. De viering was begonnen met de horde-roep. Het “Hoort zegt het voort” was gezongen en men besloot de plechtigheid met het zingen van het eerste couplet van ons volkslied.


Sint Joris en de draak-

Een moderne bewerking van het verhaal van de drakendoder

Uit: Volksverhalen Almanak

 

Lang, lang geleden gebeurde er elk jaar iets vreselijks in een stad, gewoon hier in Nederland. In die stad, die we nu kennen als Ridderkerk, leefde toen een hele enge draak. Een draak met wel vier koppen en een vreselijke adem. Deze draak wilde elk jaar een mooi jong meisje om haar lekker op te peuzelen. De koning van die stad was wel rechtvaardig, want elk jaar deed hij alle namen van de meisjes in de stad in een grote ton en werd er eentje getrokken. Dat meisje was dan degene die naar de draak werd gestuurd.

Elk jaar waren de bewoners bang; welk meisje zou het lot dit keer aanwijzen? Ook nu kwam de draak weer te voorschijn en eiste een mooi, jong meisje. Op een vol plein bij het kasteel trok de koning het lot.

Hij schrok zich een hoedje, want op het lot stond de naam van zijn dochter, de prinses. Wat nu? Hij kon niet snel een nieuw lot pakken, want iedereen was aan het kijken. Hij moest zijn dochter wel cadeau doen aan de draak. Wat vreselijk! Hoe moest hij dat aan de koningin vertellen? Zijn vrouw wou er niets van weten en vroeg de koning om een oplossing te bedenken. Al ijsberend door het kasteel bedacht hij iets.

“Ik zal alle ridders de uitdaging geven de draak te doden en als beloning mag de ridder die de draak doodt met onze dochter trouwen.”

Zo gezegd, zo gedaan. Een boodschapper ging de stad door op zoek naar dappere ridders, die de draak wel wilden doden. Maar niemand durfde.

Er was één man in de stad die de draak wel durfde doden, maar hij was maar een gewone schildknaap en geen ridder. Die man heette Joris. Joris meldde zich toch maar bij de heraut. “Ik wil die draak wel doden!” zei Joris. De heraut ging terug naar de koning en vertelde hem wat Joris had gezegd. De koning vond het goed en al snel ging het in de hele stad rond, dat Joris zijn leven ging wagen voor de dochter van de koning en al die mooie jonge meisjes, die de draak de jaren erna nog zou opeisen. Joris had echter een probleem: omdat hij geen ridder was, had hij helemaal geen ridderuitrusting. Hij had geen zwaard, geen schild, zelfs geen paard. De koning leende hem zijn spullen uit en gaf hem raad. Onder applaus van de mensen uit de stad ging hij op zoek naar de draak.

Joris dwaalde op het paard van de koning rond op zoek naar de draak. Opeens stopte het paard met lopen en Joris zat ineens stokstijf stil. In de verte hoorde Joris de draak brullen en grommen: “Waaaaauuuuw!”

Joris was een stoere held, maar werd nu toch wel bang, toch dacht hij er niet over om nu terug te keren naar de koning en te melden dat hij niet durfde. Nee, dat zou te gemakkelijk zijn. Joris gaf zijn paard de sporen en het galoppeerde in de richting waar het geluid vandaan kwam. Plotseling stopte het paard. Joris keek tegen het grote, lompe lichaam van de draak aan. De draak spuwde vuur en probeerde Joris van zijn paard te stootten. Joris pakte zijn zwaard stevig in de hand en zwaaide er driftig mee rond. Een hevige strijd begon. Zowel Joris als de draak leverden een zware strijd. Joris liep verwondingen op, maar vocht dapper door, daardoor raakte de draak op een gegeven moment ook gewond. Joris vocht voor zijn leven en voor het paard van de koning.

Na een paar uur strijd bracht Joris de draak de genadeklap toe en de draak viel kreunend en steunend dood neer. Joris had gewonnen. De koning had als eis gesteld dat Joris één van de hoofden van de draak zou meenemen als bewijs dat de draak echt dood was. Joris’ zwaard hakte het hoofd van de draak in een slag af en hij nam het mee naar de koning.

Toen de mensen in de stad Joris aan zagen komen, ging een luid gejuich op. “Lang leve Joris!” riepen de mensen.

De koning kwam zijn paleis uitrennen, gevolgd door de koningin en de prinses. Joris gaf het hoofd van de draak aan de koning.

“Gefeliciteerd,” zei de koning, “jij bent een echte held! Nu mag je met mijn dochter trouwen en ben je voortaan een echte ridder.”

De koning sloeg Joris tot ridder en vanaf toen heette Joris Sint Joris. Hij trouwde niet met de dochter van de koning, want hij was teveel gehecht aan zijn vrijheid. Maar hij leefde nog wel heel lang en gelukkig!